Study

Nederlands werkwoordspelling5.0 (1 review)

  •   0%
  •  0     0     0

  • (worden) de rekening ... gepresenteerd
    wordt
  • (gebeuren) Soms .......... er iets waar je helemaal geen rekening mee hebt gehouden.
    Gebeurt
  • (vermijden) ... die buurt 's nachts zoveel mogelijk
    vermijd
  • (fietsen) Mijn vriend en ik ...... twee dagen geleden in de regen naar school.
    fietsten
  • (redden) toen Thijs in nood zat, .... zijn vriend hem
    redde
  • (vergiftigen) de ... katten overleden enkele uren geleden
    vergiftigde
  • (schrijven) Issam ....... vroeger heel veel brieven naar zijn familie.
    schreef
  • (vinden) ...... je dit een mooie trui?
    Vind(zonder t, omdat 'je', in de betekenis 'je/jij', achter de persoonsvorm staat)
  • (proeven) De aangebrande aardappels heb ik niet meer ...
    geproefd
  • (achten) ik ... de kans gisteren al klein dat dit zou lukken
    achtte
  • (gelden) op de A27 ... nu een snelheidsbeperking
    geldt
  • (afbranden) De oude paardenstal is gisteren ....
    afgebrand
  • (venten) De marktkoopman ....... gisteren zijn laatste groenten op de markt.
    ventte
  • (kruisen) we zagen elkaar waar de wegen elkaar ... (verleden tijd)
    kruisten
  • (vermelden) de krant ... gisteren een ander bericht dan vandaag
    vermeldde
  • (schrijven) ....... je de boodschappen nog even op een briefje?
    Schrijf
  • (belanden) door het slippen ... hij in de sloot
    belandde
  • (worden), (verspillen)wat ... er tegenwoordig veel geld ... aan onnodige producten
    wordt verspild
  • (zweven) Tijdens 3 oktober in Leiden was het een groot feest. Zo ........ ik tien keer in de draaimolen.
    zweefde
  • (worden) Jasper ...... altijd boos als je hem tegenspreekt.
    wordt
  • (slopen) de school is ...
    gesloopt
  • (misleiden) de spits ... gisteren alle verdedigers van de tegenstander
    misleidde
  • (verven) Wij hebben vorige week de kamer ....
    Geverfd
  • (golven) de zee ... toen zo mooi in de zon
    golfde
  • (branden) Vorig jaar ......... het huis van de buren af.
    brandde
  • (teleurstellen) de resultaten hebben iedereen ...
    teleurgesteld
  • (verwaarlozen) het elftal verloor omdat het de verdediging ...
    verwaarloosde
  • (branden) Hoe lang ........ die kaars nu al?
    brandt
  • (broeden) de gans ... momenteel op haar eieren
    broedt
  • (repareren) Kun je morgen mijn fiets ........., papa?
    repareren
  • (melden) ... het aan iedereen die je ziet
    meld
  • (huilen) ............... jij ook zo toen je de film Titanic zag?
    Huilde
  • (vinden) ....... je broer mij eigenlijk wel aardig?
    Vindt(met t; de 'je' achter de persoonsvorm hoort bij 'je broer', het is dus 'je' in de betekenis van 'je/jouw' en niet 'je/jij')
  • (belanden) door het slippen is hij in de sloot ...
    beland
  • (repareren) Papa heeft mijn fiets ...
    gerepareerd
  • (melden) in de brief wordt ... dat de kerk gaat sluten
    gemeld
  • (verliezen) Twee weken geleden ........... Coen zijn sleutels.
    verloor
  • (vinden) ............... je ook dat we ijsvrij moeten krijgen als het sneeuwt?
    vind (zonder t, omdat 'je', in de betekenis 'je/jij', achter de persoonsvorm staat)
  • (stelen) De man met de hoodie ...... gisteren de telefoon van m'n zusje.
    stal
  • (antwoorden) ... alsjeblieft snel
    antwoord
  • (kopen) Hij ........ toen de trossen bananen voor 50 cent per kilo.
    kocht
  • (gelden) wat jij nu zegt ... voor alle spelers
    geldt
  • (vluchten) zodra ze de leeuwen zagen, ... de antilopen
    vluchtten (dubbel t, verleden tijd)
  • (verven) Wij ........ vorige week de muren van ons huis.
    verfden
  • (juichen) Toen Ajax de beker won, .......... wij heel hard met z'n allen.
    juichten
  • (trappen), (verroesten) ik ... gisteren in een .... spijker
    trapte verroeste
  • (juichen) Toen Ajax weer kampioen werd, hebben we heel hard ...
    gejuicht
  • (vereffenen) de rekening is meteen ...
    vereffend
  • (vermelden) de krant ... nu een ander bericht dan gisteren
    vermeldt
  • (bevreemden) het ... me nu nog, dat je nog steeds met haar omgaat
    bevreemdt
  • (dubben) ze heeft lang over haar beslissing ...
    gedubd
  • (melden), (verlenen)gisteren ... zich twee mensen die toestemming hadden ...
    meldden verleend
  • (proeven) In Frankrijk ........... we afgelopen zomer het nationale gerecht: wijngaardslakken.
    proefden
  • (bouwen) we hebben een mooi huis ...
    gebouwd