Study

6N14 - KG 6 - HF 2 WINKELEN

  •   0%
  •  0     0     0

  • Hoe zeg je "augmenter" in het Nederlands?
    stijgen = toenemen
  • Wat betekent "geleverde maaltijdboxen"?
  • Geef een synoniem voor "kringwinkel"?
    kringwinkel
  • Geef een synoniem voor "de toename"
    de stijging
  • Hoe zeg je "le pouvoir d'achat" in het Nederlands?
    de koopkracht
  • Geef 4 werkwoorden in verband met het thema "shopping"
    kopen, verkopen, bestellen, snuisteren, uitgeven, spenderen, betalen
  • Waarom gaan sommige Belgen naar Frankrijk om hun boodschappen te doen?
    Omdat sommige producten goedkoper zijn
  • die of dat? Ik draag kleren .... heel goedkoop zijn.
    die
  • Zet de zin in de VTT: "Ik koop een computer"
    Ik heb een computer gekocht.
  • Hoe zeg je "un prix abordable" in het Nederlands?
    een betaalbare prijs
  • Wat is een "streepjescode"?
    un code-barre
  • Vertaal: Ga je soms in het buitenland winkelen?
    Vas-tu parfois faire des courses à l'étranger?
  • Vul in. "Ik moet mijn budget goed b........ om een nieuwe computer te kopen.
    beheren
  • Maak de zin negatief: Je mag voedsel kopen in een kringwinkel.
    Je mag geen voedsel kopen in een kringwinkel.
  • die of dat? Ik lees een boek .... heel interessant is.
    dat
  • Wat zijn de voordelen van een buurtwinkel? Noem er 3. (in het Nederlands, natuurlijk ;-)
    ....
  • Vertaal: Bestel je je boodschappen op voorhand?
    Commandes-tu tes courses à l'avance?
  • Geef een antoniem voor "duur"
    goedkoop
  • Noem 4 verschillende dingen die je in een kringwinkel kunt kopen
    speelgoed, meubels, kleren, boeken, ....
  • Wat is een "kortingbon"
    un bon de réduction
  • Vul in. "Ik ga regelmatig mijn boodschappen doen bij de winkel om de h.... "
    hoek
  • Noem 4 dingen die je kan kopen in een winkelcentrum.
    kleren, voedsel, boeken, speelgoed, schoonheidsproducten, kranten, juwelen, ...
  • Hoe zeg je "la frontière" in het Nederlands?
    de grens
  • Noem 4 verschillende Vlaamse steden.
    Brugge, Antwerpen, Gent, Mechelen, Ostende, Leuven, ....
  • Hoe zeg je "l'achat" in het Nederlands?
    de aankoop
  • Noem 4 woorden die beginnen met "ver-"
    vertrekken, verkleinen, vergroten, verbieden, verbinden,
  • Waar kan je dingen kopen? Noem 4 verschillende namen van plaatsen.
    buurtwinkel, winkel, warenhuis, winkelcentrum, shoppingmall, webwinkel ....
  • Vul in. Mijn vader werkt d...... : op vrijdag werkt hij dus niet.
    deeltijds
  • Hoe zeg je "commander" in het Nederlands?
    bestellen
  • Hoe zeg je "le chiffres d'affaires" in het Nederlands?
    de omzet
  • Wat mag je niet aan een kringwinkel geven?
    dingen die niet bruikbaar zijn / dingen die kapot zijn.
  • Zet de zin in de OVT: Ik doe mijn boodschappen bij Colruyt.
    Ik deed mijn boodschappen bij Colruyt.
  • Wat zijn de voordelen van een winkelcentrum? Noem er 3 (in het Nederlands, natuurlijk ;-)
    .....
  • Hoe zeg je "réutilisable" in het Nederlands?
    herbruikbaar
  • Wat zijn de voordelen van een kringwinkel? Noem er 3 (in het Nederlands, natuurlijk ;-)
    ....
  • Wat betekent "de koopgedrag" in het Frans?
    les habitudes d'achats
  • Wat zijn de nadelen van een heel groot winkelcentrum? Noem er 3 (in het Nederlands, natuurlijk ;-)
    ....
  • Hoe zeg je "une carte de fidélité" in het Nederlands?
    een klantenkaart
  • die of dat? Ik ken een vrouw ... heel vriendelijk is.
    die
  • Hoe zeg je "les pays limitrophes" in het Nederlands?
    de buurlanden