Game Preview

Invorm 1-6 oefenen

  •  Dutch    34     Public
    grammatica, werkwoordspelling, lidwoorden, persoonlijkvoornaamwoord
  •   Study   Slideshow
  • Ik ..... koffie. (zetten)
    zet
  •  15
  • Hij ...... graag. (voetballen)
    voetbalt
  •  15
  • ...... je morgen? (vertrekken)
    Vertrek
  •  15
  • Ik .... graag appeltaart. (maken)
    maak
  •  15
  • Hij ..... een nieuwe fiets. (hebben)
    heeft
  •  15
  • ..... je moe? (zijn)
    Ben
  •  15
  • Hij mailt ..... (wij)
    ons
  •  15
  • Ik hoor ..... (zij)
    ze / hen
  •  15
  • Ik kijk naar jou en Erik. Ik kijk naar .....
    jullie
  •  15
  • Karim is een goede vriend. Ik vertel ..... alles.
    hem
  •  15
  • Karen en Bart komen met de trein. Ik haal ..... op.
    ze / hen
  •  15
  • Nathalie komt naar Nederland. Ik zie .... vrijdag.
    haar
  •  15
  • de of het: ...... dokter
    de
  •  15
  • de of het: ..... museum
    het
  •  15
  • de of het: .... radio
    de
  •  15
  • de of het: ...... zuiden
    het
  •  15