Invorm 1-6 oefenen
Help
Ik ..... koffie. (zetten)
zet
Hij ...... graag. (voetballen)
voetbalt
...... je morgen? (vertrekken)
Vertrek
Unlock this slideshow and over 4 million more with Baamboozle+
Try slideshows
Your experience on this site will be improved by allowing cookies.
Allow cookies