Game Preview

Leesvaardigheid havo en vwo 2

  •  Dutch    80     Public
    Begrippen leesvaardigheid
  •   Study   Slideshow
  • Doel: onderwerp bepalen; bepalen of tekst bruikbaar is. Hoe: titel, eerste/laatste alinea, tussenkopjes, auteur, bron, opmaak.
    Oriënterend lezen
  •  15
  • Doel: tekst volledig begrijpen en hoofdzaken vinden. Hoe: hele tekst lezen, moeilijke woorden opzoeken, signaalwoorden, verbanden, kernzinnen, hoofdgedachte.
    Intensief lezen
  •  15
  • Doel: inhoud onthouden. Hoe: samenvatting of schema maken, overhoorvragen maken.
    Studerend lezen
  •  15
  • Waar de tekst over gaat; noteer als woord of woordgroep.
    Onderwerp
  •  15
  • Belangrijkste mededeling over het onderwerp; noteer als volledige zin.
    Hoofdgedachte
  •  15
  • Begin van de tekst; kan meerdere alinea's hebben; aandacht trekken + onderwerp introduceren.
    Inleiding
  •  15
  • Kern van de tekst; vaak opsommingen, argumenten of uitleg.
    Middenstuk
  •  15
  • Afsluiting; bevat samenvatting, conclusie, advies, toekomstverwachting of uitsmijter.
    Slot
  •  15
  • Tekstdeel met samenhang; bevat kernzin + uitwerking.
    Alinea
  •  15
  • Belangrijkste zin van een alinea.
    Kernzin
  •  15
  • Belangrijk tekstgedeelte voor een samenvatting.
    Hoofdzaak
  •  15
  • Minder belangrijk: voorbeelden, details, uitwerkingen.
    Bijzaak
  •  15
  • Wat een schrijver wil bereiken met een tekst.
    Tekstdoel
  •  15
  • Verzamelnaam voor teksten met hetzelfde doel.
    Tekstsoort
  •  15
  • Tekst met feiten; doel: informeren of uitleggen.
    Uiteenzetting
  •  15
  • Informeren: op de hoogte brengen. Uiteenzetten: uitleggen of verklaren.
    Informeren/Uiteenzetten
  •  15