Doel: onderwerp bepalen; bepalen of tekst bruikbaar is. Hoe: titel, eerste/laatste alinea, tussenkopjes, auteur, bron, opmaak.
Oriënterend lezen
15
Doel: tekst volledig begrijpen en hoofdzaken vinden. Hoe: hele tekst lezen, moeilijke woorden opzoeken, signaalwoorden, verbanden, kernzinnen, hoofdgedachte.
Intensief lezen
15
Doel: inhoud onthouden. Hoe: samenvatting of schema maken, overhoorvragen maken.
Studerend lezen
15
Waar de tekst over gaat; noteer als woord of woordgroep.
Onderwerp
15
Belangrijkste mededeling over het onderwerp; noteer als volledige zin.
Hoofdgedachte
15
Begin van de tekst; kan meerdere alinea's hebben; aandacht trekken + onderwerp introduceren.
Inleiding
15
Kern van de tekst; vaak opsommingen, argumenten of uitleg.
Middenstuk
15
Afsluiting; bevat samenvatting, conclusie, advies, toekomstverwachting of uitsmijter.
Slot
15
Tekstdeel met samenhang; bevat kernzin + uitwerking.