Study

Pharasal Verbs

  •   0%
  •  0     0     0

  • rondhangen met
    hang out with
  • uit elkaar gaan met
    split up with
  • get on well with
    goed opschieten met
  • het oplossen / regelen
    sort it out
  • make it up (with someone)
    het goedmaken (met ieamand)
  • break up with
    het uitmaken met
  • hem opvrolijken
    cheer him up
  • vreemd gaan
    cheat on
  • go on
    doorgaan
  • goed opschieten met
    get on well with
  • cheat on
    vreemd gaan
  • tegenkomen
    bump into
  • sort out
    het oplossen / regelen
  • get over it
    eroverheen komen
  • doorgaan
    go on
  • cheer him up
    hem opvrolijken
  • het uitmaken met
    break up with
  • bump into
    tegenkomen
  • split up with
    uit elkaar gaan met
  • mess around with
    rommelen met / spelen met
  • eroverheen komen
    get over it
  • hang out with
    rondhangen met
  • rommelen met/ spelen met
    mess around with
  • het goedmaken (met iemand)
    make it up (with someone)