Study

Dagelijkse activiteiten - zinnen maken

  •   0%
  •  0     0     0

  • Maak een zin met: haren kammen
  • Maak een zin met: tanden poetsen
  • Maak een zin met: hardlopen
  • Maak een zin met: televisie kijken (wie - doet - wat - waar - wanneer)
  • Maak een zin met: muziek luisteren (wie - doet - wat - waar)
  • Maak een zin met: voetballen (wie - doet - wat - waar)
  • Maak een zin met: op bezoek gaan (wie - doet - wat - waar - wanneer)
  • Maak een zin met: douchen
    ...
  • Maak een zin met: zwemmen (wie - doet - waar - wanneer)
  • Maak een zin met: koken (wie - doet - wat - waar)