Study

Tegengestelden sorteren

  •   0%
  •  0     0     0

  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    Het appartement is groot.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De worm is langzaam.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De luiaard is langzaam.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De raceauto is snel.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    Het sneeuwvlokje is koud.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    Het vuur is warm.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    Het vliegtuig is snel. Het vliegtuig is groot.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De thee is warm.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    Het luipaard is snel.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De zon is warm.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    Het ijsblokje is koud.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De vlinder is klein.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De jogger is snel.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De soep is warm.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De ring is klein.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De walvis is groot.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De slak is langzaam.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De schildpad is langzaam.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De koelkast is koud.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De paperclip is klein.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    De boom is groot.
  • Hoe heet het? Maak een zin met het juiste adjectief.
    Het vliegtuig is groot. Het vliegtuig is snel.