Study

hebben en zijn invulzinnen

  •   0%
  •  0     0     0

  • Het ........ koud
    is
  • Wij ...... moe.
    zijn
  • De vrouw ...... 30 jaar.
    is
  • Jullie .......... vakantie.
    hebben
  • De hond ......... geen eten.
    heeft
  • Wij ....... een nieuwe auto.
    hebben
  • Jij ...... morgen jarig.
    bent
  • ....... jij 25 jaar?
    Ben
  • Mila en Willem ....... niet getrouwd.
    zijn
  • Jij ......... twee kinderen.
    hebt
  • Hij ...... ziek.
    is
  • Ik ...... een nieuwe tas.
    heb
  • Jullie ...... cursisten.
    zijn
  • De vrouw ......... een nieuw huis.
    heeft
  • U ....... docent
    bent
  • Ik ........ een man
    ben
  • Hij ....... werk in de supermarkt.
    heeft
  • U ....... geen tijd.
    heeft / hebt
  • Willem en Mila ......... geen kinderen.
    hebben
  • ....... jij kinderen?
    Heb