Study

Zwakke werkwoorden groep 2 VTT

  •   0%
  •  0     0     0

  • ik (duwen)
    ik heb geduwd
  • wij (vertellen)
    wij hebben verteld
  • zij (mv) vertellen
    zij hebben verteld
  • jullie (tellen)
    jullie hebben geteld
  • Ik ....... vandaag naar school gewandeld. (heb/ben)
    Ik ben vandaag naar school gewandeld.
  • jij (wachten)
    jij hebt gewacht
  • jullie (plagen)
    jullie hebben geplaagd
  • zij (fietsen)
    zij heeft gefietst
  • Ik ....... vandaag 10 km gewandeld. (heb/ben)
    Ik heb vandaag 10 km gewandeld.
  • zij (mv) (plagen)
    zij hebben geplaagd
  • jullie (zeggen)
    jullie hebben gezegd
  • jij (spelen)
    jij hebt gespeeld
  • hij (zeggen)
    hij heeft gezegd
  • wij (wachten)
    wij hebben gewacht
  • hij (praten)
    hij heeft gepraat