Study

Imperfectum onregelmatige activiteiten

  •   0%
  •  0     0     0

  • Sharon  sliep/slap/ sleep de hele vakantie.
    sliep
  • Elena bewug/beweegt/bewoog veel vorige week.
    bewoog
  • Sonia kucht/kocht/koopt een nieuwe trui.
    kocht
  • Fatima spruk/sprak/sprok Nederlands op café.
    sprak
  • Ione gaf/gif/geef koekjes aan haar kinderen.
    gaf
  • Durga genas/genus/geneesde van de griep.
    genas
  • Tetiana drag/droog/droeg een nieuwe muts.
    droeg
  • Laila begrep/begreep/begrijpt de nieuwe woorden eergisteren.
    begreep
  • Artur bricht/bracht/brucht zijn moeder een mondmasker toen ze hoesste.
    bracht
  • Hanna las/lus/lezen een boek.
    las
  • Vladimir begin/begun/begon gisteren met de een comedyshow.
    begon