Study

Sterke werkwoorden week 7

  •   0%
  •  0     0     0

  • (wij) zwerven OVT
    zwierven
  • (jij) schenken
    schonk
  • (hij) treffen
    trof
  • (hij) schelden
    schold
  • (jullie) schelden
    scholden
  • treffen VD
    getroffen
  • zenden VD
    gezonden
  • (wij) schenden
    schonden
  • schelden VD
    gescholden
  • schenden VD
    geschonden
  • (het) gelden
    gold
  • (ik) zwerven OVT
    zwierf
  • (ik) schenden
    schond
  • (hij) zeggen OVT
    zei
  • gelden VD
    gegolden
  • (zij mv.) trekken
    trokken
  • (wij) treffen
    troffen
  • (het) smelten
    smolt
  • (ik) zenden
    zond
  • (jullie) schenken
    schonken
  • (jullie)zeggen
    zeiden
  • (ze mv.) gelden
    golden
  • (zij enk.) trekken
    trok
  • (ze mv. ) smelten
    smolten
  • zwerven VD
    gezworven
  • schenken VD
    geschonken
  • zeggen VD
    gezegd
  • (jullie) zenden
    zonden
  • smelten VD
    gesmolten
  • trekken VD
    getrokken