Study

VTT zwakke werkwoorden

  •   0%
  •  0     0     0

  • (ik) luisteren
    ik heb geluisterd
  • (hij) bouwen
    hij heeft gebouwd
  • (jij) openen
    jij hebt geopend
  • (zij, mv) lachen
    zij hebben gelachen
  • (jij) werken
    jij hebt gewerkt
  • (jullie) draaien
    jullie hebben gedraaid
  • (zij) wachten
    zij hebben gewacht
  • (wij) douchen
    wij hebben gedoucht
  • (hij) schreeuwen
    hij heeft geschreeuwd
  • (ik) antwoorden
    ik heb geantwoord
  • (wij) verzamelen
    wij hebben verzameld
  • (jullie) voederen
    jullie hebben gevoederd
  • (ik) wensen
    ik heb gewenst
  • (jij) berekenen
    jij hebt berekend