Study

3G Rit 1 woordenschat p.19-20

  •   0%
  •  0     0     0

  • Le moyen de transport
    Het vervoermiddel
  • Réserver tard
    Laat boeken
  • Faire une croisière
    Een boottocht maken
  • Faire une balade à vélo
    Een fietstocht maken
  • Se lever tard
    Laat opstaan
  • Il faisait beau
    Het weer was mooi
  • La carte d'identité
    De identiteitskaart
  • L'île
    Het eiland
  • Les montagnes
    De bergen
  • La maison de vacances
    Het vakantiehuisje
  • L'hotel 4 étoiles
    Het viersterrenhotel
  • Faire mes valises
    Mijn koffers pakken
  • Le guide de voyage
    De reisgids
  • Se lever tôt
    Vroeg opstaan
  • Aller au parc d'attractions
    Naar het pretpark gaan
  • Partir
    Vertrekken
  • Le chalet
    De berghut
  • Visiter un monument
    Een monument bezoeken
  • L'avion
    Het vliegtuig
  • La destination
    De bestemming
  • Le camping
    Het kampeerterrein
  • L'auberge de jeunesse
    De jeugdherberg
  • Le bateau
    De boot
  • Réserver tôt
    Vroeg boeken
  • Séjourner dans un hotel
    In een hotel verblijven
  • L'étranger
    Het buitenland
  • Planifier un voyage
    Een reis plannen