Study

verbes à prépos fixes

  •   0%
  •  0     0     0

  • afspreken : donner rdv à
    met
  • dromen : rever
    van
  • boos zijn : être faché
    op
  • zoeken : chercher
    naar
  • twijfelen : douter
    aan
  • blij zijn : être content
    met
  • deelnemen : participer
    aan
  • het eens zijn : être d'accord
    met
  • rekenen : compter
    op
  • slagen : réussir
    voor
  • trot zijn : être fier
    op
  • denken : penser
    aan
  • tevreden zijn : être content
    met
  • belangstelling hebben : avoir de l'intérêt
    voor
  • antwoorden
    op
  • horen : appartenir
    bij
  • openen : ouvrir
    met
  • zich zorgen maken : se faire des soucis
    over
  • gaan  :aller
    naar
  • vertellen : raconter
    over
  • trouwen : se marier
    met
  • genieten : profiter
    van
  • zich bezighouden : s'occuper
    met
  • goed zijn : être bon
    in
  • zorgen : se soucier
    voor
  • komen : venir
    van
  • bang zijn
    voor
  • informatie vragen : demander des infos
    over
  • nadenken : réfléchir
    over
  • kijken : regarder
    naar
  • openen : ouvrir
    met
  • zin hebben : avoir envie
    in
  • geld uitgeven : dépenser
    aan
  • akkoord gaan : ê d'accord
    met
  • geloven : croire
    in
  • jaloers zijn : être jaloux
    op
  • rekening houden : tenir compte de
    met
  • zich interesse hebben : avoir de l'intérêt
    voor
  • een antwoord krijgen : recevoir une réponse
    op
  • houden : aimer
    van
  • afhangen : dépendre
    van
  • beginnen : commencer
    met
  • lijken : sembler
    op