Study

What do you have to do? (Aux Mode en NL)

  •   0%
  •  0     0     0

  • pouvoir, savoir (capacité de ) + nager
    Ik kan zwemmen
  • futur + me promener
    Ik zal wandelen
  • vouloir + boire un verre de jus de pomme
    Ik wil een appelsap drinken
  • préférerais + aller au cinéma
    Ik zou liever naar de bioscoop gaan
  • préférer + patiner
    Ik zou liever schaatsen
  • préférer + rester à la maison
    Ik zou liever thuisblijven
  • futur + partir à l'école
    Ik zal naar school vertrekken
  • devoir + ranger ma chambre
    Ik moet mijn kamer opruimen
  • futur + retourner à la maison
    Ik zal naar huis terugkomen
  • vouloir + loger chez mon ami
    Ik wil bij mijn vriend logeren
  • devoir + me brosser les dents
    Ik moet mijn tanden poetsen
  • vouloir + acheter des vêtemens
    Ik wil kleren kopen
  • avoir la permission + rester debout tard
    Ik mag opblijven
  • avoir la permission + utiliser mon gsm
    Ik mag mijn gsm gebruiken
  • devoir + faire mes devoirs
    Ik moet mijn huiswerk maken
  • avoir la permission + dormir tard
    Ik mag uitslapen
  • pouvoir capacité + faire du karaté
    Ik kan aan karaté doen
  • pouvoir (capacité) + escalader
    Ik kan klimmen