Study

Juiste volgorde

  •   0%
  •  0     0     0

  • Houdt - van - leerlingen - leerkracht - de - de
    De leerkracht houdt van de leerlingen. :)
  • kijken - naar - wij- film - een
    Wij kijken naar een film.
  • De - auto - in - de - zit - hond.
    De hond zit in de auto.
  • school - haar - broer -brengt - zij - naar
    Zij brengt haar broer naar school.
  • regent - het - vandaag
    Het regent vandaag.
  • spelen - een - jullie - spel
    Jullie spelen een spel.
  • De - de - pen - op - ligt - tafel
    De pen ligt op de tafel.
  • De - kast - in - de - zijn - boeken
    De boeken zijn in de kast.
  • de - maken - een - leerlingen - toets
    De leerlingen maken een toets.
  • hond - park - de - loopt - in - het
    De hond loopt in het park.
  • meisje - leest - het - in - de - klas
    Het meisje leest in de klas.
  • feest - het - jullie - naar - komen
    Jullie komen naar het feest.
  • Hij - naar - kijkt - bord - het
    Hij kijkt naar het bord.
  • naar - winkel - de - ga - ik
    Ik ga naar de winkel.
  • dokter - spreekt - de - met - patiënt - een
    De dokter spreekt met een patiënt