Bvb. : Pesten is bedoeld om te kwetsen, plagen om een grap uit te halen; pesten gebeurt gepland, plagen spontaan; Plagen stopt als het slachtoffer het vraagt ..
Geef 3 van de 5 A’s tegen cyberpesten.
Afleiden, aanwezig zijn, anderen betrekken, afzonderen, aanspreken
Wat is ‘de kracht van de omstaander’?
Als alle omstaanders zich aan de kant van het slachtoffer stellen, zal de pester niet meer durven pesten.
Geef 6 redenen waarom mensen uitgesloten kunnen worden.
Waarom spreken we beter over 'kansarmoede' dan over 'armoede'?
Omdat mensen in armoede op veel verschillende vlakken minder kansen krijgen.
Juist of fout, verbeter indien fout: als je zelf gepest wordt, dan ga je best zelf de pester aanspreken en afleiden
Fout: dat doe je best als OMSTAANDER
Geef een voorbeeld van de cyberpestvorm ‘uitsluiting’.
Voorbeeld
Waarom klopt het cliché ‘de armen zouden beter gaan werken, dan geraken ze uit de miserie’ niet?
Omdat ze vaak niet kunnen werken of door hun werk al beschadigd zijn.
Wat vindt een ‘eilandbewoner’ van mensen die in armoede terechtkomen?
'Kan me niets schelen, zolang ik het maar niet ben.'
Wat is het verschil tussen een actieve bondgenoot en een passieve bondgenoot?
Een actieve bondgenoot gaat de pester tijdens het pesten willen tegenhouden, de actieve bondgenoot durft niet.
Wat betekent 'veerkracht'?
Het vermogen om na een slechte gebeurtenis terug gelukkig te worden.
Is veerkracht aangeboren of aangeleerd?
Beiden!
Geef 2 dingen die jij kan doen om mensen in armoede te helpen (naast hen geld geven)..
Bvb. Hen als echte personen behandelen, hen vragen wat ze nodig hebben.
Wat is het verschil tussen een assistent-pester en een passieve versterker?
Een assistent-pester zal meepesten, een passieve versterker staat aan de zijkant en moedigt aan.
Wat vindt een ‘onrechtvaardige rechter’ van mensen die in armoede terechtkomen?
'Eigen schuld, dikke bult'
Welke vorm van cyberpesten is het volgende voorbeeld: “Een instagramaccount van Mr. Cardon met een link waarbij staat ‘klik hier voor gratis 50 euro!’ “
Nadoen
Geef 4 groepen waar iedereen van je groepje toe behoort.
Bvb. Leerlingen, jongeren, Belgen, Leerlingen Maatschappij en Welzijn, ...
Geef 4 voorbeelden van secundaire levensbehoeften
Bvb: merkkledij, gsm, make-up, snoepjes, ...
Your experience on this site will be improved by allowing cookies.