Study

Taalcompleet A2 thema's 1-5 blauwe woorden en gr ...

  •   0%
  •  0     0     0

  • Het beroep van iemand die bijvoorbeeld kasten maakt, tafels, stoelen.
    Timmerman
  • Wat is het meervoud van glas?
    glazen
  • Als je wilt dat mensen op je feest komen, wat stuur je ze dan?
    uitnodiging, uitnodigen
  • Wat doe je met een hamer?
    timmeren
  • spel het meervoud van geit.
    Geiten.
  • spel het meervoud van huis.
    huizen
  • Wat is het tegenovergestelde van donker?
    licht
  • Wat is het tegenovergestelde van zwaar?
    licht
  • Wat doe je met een boor?
    boren
  • Wat is het meervoud van kind?
    kinderen
  • Wat is het tegenovergestelde van laat?
    vroeg
  • Op welke leeftijd MOETEN kinderen in Nederland naar school?
    5 jaar
  • Waar leer je meer praktijk, op HBO of MBO?
    MBO
  • Ik eet graag patat, maar ik eet ....... salade (ik vind salade lekkerder).
    liever
  • Zet in de verleden tijd: Ik werk op een school.
    Ik werkte op een school.
  • Noem 5 soorten fruit.
    appels, sinaasappels, kiwi's, bananen, aardbeien, ananas, meloen, peer, druiven, kersen, bessen, frambozen, ..., ...,
  • Zet in de verleden tijd: De les begint.
    De les begon.
  • Leg uit wat een fabriek is of wat daar gedaan wordt?
    produceren of maken van allerlei producten, food en non-food
  • Wat is het meervoud van stad?
    steden
  • Wat krijg je als je rood en geel mengt?
    oranje
  • Wat is het voltooid deelwoord van schoonmaken?
    schoongemaakt
  • Wat betekent regelmatig?
    Op vaste tijdstippen.
  • Zet in de verleden tijd: Wij mogen naar school.
    Wij mochten naar school.
  • Noem 5 ingrediënten voor tomatensoep.
    ui, knoflook, tomaat, kruiden, wortel, bouillon, ...
  • Wat is het tegenovergestelde van verdrietig?
    blij, vrolijk
  • Noem 5 soorten groente:
    broccoli, asperges, sla, tomaten, komkommer, groene kool, rode kool, witte kool, boerenkool, andijvie, spinazie, wortel, ..., ...
  • Noem drie dieren die mensen als huisdier houden.
    kat, hond, konijn, hamster, cavia, slang, muis, vogel, ..., ...
  • Leg uit wat "soft ketchup" betekent.
  • Wat is het meervoud van ei?
    eieren
  • Leg uit wat "misselijk" betekent.
    Je voelt je niet goed, alles draait, je kunt niet goed op je benen staan.
  • Wat is het tegenovergestelde van binnen?
    buiten
  • Wat is het voltooid deelwoord van opsturen?
    Opgestuurd.
  • Ik heb geluisterd. Wat is het HELE WERKWOORD?
    Luisteren
  • Wat is het voltooid deelwoord van trainen?
    getraind.
  • Wat doet een boer?
    werken op het land, werken met dieren, tuinbouw
  • Piet is 1.85m, Jan is 1.90. Jan is het ......
    grootst
  • Wat is de verleden tijd van denken?
    dachten
  • Wat is het tegenovergestelde van zich aanmelden?
    zich afmelden
  • Spel de ik-vorm van spelen
    speel
  • Met Sinterklaas geven Nederlanders elkaar cadeautjes. Wat geven ze nog meer?
    Gedicht, surprise
  • Vertel hoe je een tosti maakt.
    Twee boterhammen, ham en kaas ertussen en verwarmen tot de kaas smelt.
  • Leg uit wat "geschiedenis" is.
    Iets wat vroeger gebeurd is.
  • Noem 4 ingrediënten van appeltaart
    appel, rozijnen, meel, suiker, boter, eieren, kaneel, ...
  • Ik maak me zorgen ..... (wat is het juiste voorzetsel?
    over
  • Leg uit: ik ben benieuwd naar.
    Ik ben nieuwsgierig naar, ik wil iets graag weten.
  • Madge heeft 100 euro. Mika heeft 50 euro, dus zij heeft ...... dan Madge.
    minder
  • Zet in de verleden tijd: Wij hebben les.
    Wij hadden les.
  • Spreek de woorden goed uit: moeilijk, makkelijk, eerlijk, tegelijk.
  • Noem twee betekenissen van het woord "uitje".
    1. Een kleine ui. 2. Een uitstapje, ergens naartoe gaan.
  • spel de ik-vorm van lezen
    lees
  • spel het meervoud van taxi
    taxi's
  • Wat krijg je als je blauw en geel mengt?
    groen
  • Leg uit: vertraging
    Het OV is te laat.
  • Hoe heet het ding waar alle gerechten van een restaurant op staan?
    Menu, menukaart.
  • Als je gezakt bent, krijg je dan een diploma?
    Nee!
  • Wat is het voltooid deelwoord van ophalen?
    opgehaald
  • Wat betekent verkeerd
    Niet goed, fout.
  • Een ander woord voor één en een half.
    anderhalf
  • Zet in de voltooide tijd: Ik werk tot 17u.
    Ik heb tot 17u gewerkt.
  • Zet in de voltooide tijd: Ik woon in Rotterdam.
    Ik heb in Rotterdam gewoond.
  • Wat is het tegenovergestelde van einde
    begin
  • Als je in mij kijkt, zie je jezelf. Rara wat ben ik?
    spiegel of heel helder water
  • Spel het meervoud van juf.
    juffen
  • Wie bel je als je huis in brand staat?
    De brandweer.
  • Spel het meervoud van foto
    foto's
  • Wat doe je met een zaag?
    zagen
  • Een ander woord voor patat.
    friet, frites, patat friet.
  • Zet in de verleden tijd: wij zijn te laat.
    Wij waren te laat.
  • Spel de ik-vorm van lopen
    loop
  • Zet in de verleden tijd: Ik loop naar school.
    Ik liep naar school.
  • Wat doe je met een mes?
    snijden
  • Maak een zin met een bijvoeglijk naamwoord.
    .......
  • Ik heb gehoord. Wat is het HELE WERKWOORD?
    Horen
  • Leg uit wat "personeel" is.
    Mensen die ergens werken, maar niet de baas zijn.
  • Het beroep van iemand die een vliegtuig bestuurt.
    Piloot
  • Zet in de voltooide tijd: Ik loop naar school.
    Ik ben naar school gelopen.
  • Wat is het consultatiebureau?
    Zij monitoren de ontwikkeling van jouw kind.
  • Spel de ik-vorm van schrijven
    schrijf
  • Wat is het voltooid deelwoord van omdraaien?
    omgedraaid
  • Wat is de man van jouw zus van jou?
    zwager
  • Wat is het tegenovergestelde van lachen?
    huilen
  • Hoe noem je een product dat je koopt, maar dat eerst van iemand anders was?
    Tweedehands
  • Noem drie Nederlandse feesten.
    Pasen, koningsdag, Sinterklaas, Kerst, bevrijdingsdag, ..