Study

Nederland, een echte fietsnatie

  •   0%
  •  0     0     0

  • Ik heb een ................... gekregen omdat ik te snel reed.
    boete
  • In Nederland zijn er extra .................................................. voor de fietsers. (infrastructures)
    voorzieningen
  • Hoeveel plaatsen zijn nog ............................... ? (disponible)
    beschikbaar
  • Elke dag ................... ik 4 km met de fiets ........... om naar het station te gaan. (parcourir)
    afleggen
  • het landschap in de Ardennen is te ...................................... om te fietsen. (vallonné)
    heuvelachtig
  • Fietsers zijn ............................ ........................................... (usagers faibles)
    zwakke weggebruikers
  • We moeten altijd opletten voor .................................... (piétons)
    voetgangers
  • Het centrum van de stad is ..................................... . (piétonnier)
    autovrij
  • Deze firma moet Belgsische producten ................................. naar andere landen. (transporter)
    vervoeren
  • Heb je een ....................................... gevonden? (place de parking)
    parkeerplaats, parkeerplek
  • Brussel is een ............................ stad. (animée, fréquentée)
    drukke
  • Digitale ................................. op straat verwijzen naar vrije parkeersplaatsen.
    borden
  • Binnenkort mag je je ............................................ halen (permis de conduire)
    rijbewijs
  • Ik woon in hetzelfde dorp als Jan. We .................................. om naar school te gaan. (covoiturer)
    carpoolen
  • Fietsers moeten op het .............................. fietsen.
    fietspad
  • Het langschap in Nederland is ............................. . (plat)
    vlak
  • Wat is de .............................. tussen Brussel en Namen? 60 km
    afstand
  • Is er een ............................................. dichtbij het station? (garage à vélo)
    fietsenstalling
  • Je moet je fiets op ............................ zetten. (cadenas)
    slot
  • Nederland is de ideale ..................................... om op fietsvakantie te vertrekken. (destination)
    bestemming
  • De fietsenstallingen zijn vaak ..................................... om je fiets tegen de regen te beschermen
    afgedekt
  • Hij moest hard ....................... voor een hond op de weg. (freiner)
    remmen
  • We moeten ons op een ................................ manier verplaatsen. (durable)
    duurzame
  • Op de raver is het fietspad nogal ..................... om te leren rolschaatsen; (lisse)
    glad