Game Preview

werkwoorden met vaste voorzetsels

  •  Dutch    20     Public
    werkwoorden met vaste voorzetsels
  •   Study   Slideshow
  • Ik luister elke dag ____ de radio.
    naar
  •  15
  • Zij heeft veel interesse ___ kunst.
    in
  •  15
  • Hij geeft altijd veel aandacht _____ zijn werk
    aan
  •  15
  • Wat wilde je _____ mij zeggen?
    tegen
  •  15
  • Wij genieten altijd ____ de zomervakantie
    van
  •  15
  • Ik spaar _____ een nieuwe fiets.
    voor
  •  15
  • Druk op de knop _____ het apparaat aan te zetten.
    om
  •  15
  • Hoe ga jij _____ stress om?
    met
  •  15
  • Hij klaagt altijd _____ het weer.
    over
  •  15
  • Kijk je vaak _____ de televisie?
    naar
  •  15
  • We gaan morgen _____ de stad.
    naar
  •  15
  • Ik wacht al een uur ____ de bus.
    op
  •  15
  • Het duurde even voordat ik gewend was ____ het nieuwe huis.
    aan
  •  15
  • Bedankt ____ je hulp.
    voor
  •  15
  • Mijn ouders maken zich zorgen ____ mijn gezondheid.
    over
  •  15
  • Ik ben heel benieuwd ___ je nieuwe huis.
    naar
  •  15