Game Preview

Het werkwoord hebben

  •  Dutch    9     Public
    hebben
  •   Study   Slideshow
  • Ik
    heb
  •  15
  • Jij
    hebt
  •  15
  • u
    hebt/heeft
  •  15
  • hij
    heeft
  •  15
  • zij (enk.)
    heeft
  •  15
  • het
    heeft
  •  15
  • wij
    hebben
  •  15
  • jullie
    hebben
  •  15
  • zij (mv.)
    hebben
  •  15