Game Preview

Werkwoordspelling

  •  Dutch    25     Public
    Spelling van pvtt, sterke en zwakke werkwoorden in de verleden tijd
  •   Study   Slideshow
  • tegenwoordige tijd: Ik ... (helpen)
    help
  •  5
  • verleden tijd: hij ... (geven)
    gaf
  •  15
  • tegenwoordige tijd: jij ... (verzenden)
    verzendt
  •  15
  • verleden tijd: jij ... (vluchten)
    vluchtte
  •  25
  • verleden tijd: wij ... (glijden)
    gleden
  •  20
  • tegenwoordige tijd: jij ... (verdwalen)
    verdwaalt
  •  15
  • tegenwoordige tijd: het meisje ... (gaan)
    gaat
  •  10
  • tegenwoordige tijd: jij ... (antwoorden)
    antwoordt
  •  20
  • verleden tijd: hij ... (antwoorden)
    antwoordde
  •  25
  • verleden tijd: de hond ... (blaffen)
    blafte
  •  20
  • verleden tijd: jullie ... (juichen)
    juichten
  •  20
  • tegenwoordige tijd: jij ... (glijden)
    glijdt
  •  25
  • verleden tijd: jullie ... (testen)
    testten
  •  25
  • tegenwoordige tijd: ik ... (graven)
    graaf
  •  10
  • tegenwoordige tijd: hij ... (vermijden)
    vermijdt
  •  15
  • verleden tijd: wij ... (vermijden)
    vermeden
  •  15