Game Preview

en/of/maar/want

  •  Dutch    13     Public
    en/of/maar/want
  •   Study   Slideshow
  • Ik wil een hond ... een kat.
    Ik wil een hond of een kat. Ik wil een hond en een kat.
  •  15
  • Mijn zus wil op vakantie naar Frankrijk, .... ik wil naar Italië.
    Mijn zus wil op vakantie naar Frankrijk, maar ik wil naar Italië.
  •  15
  • Ik blijf vandaag thuis ... ik ben ziek.
    Ik blijf vandaag thuis want ik ben ziek.
  •  15
  • De kinderen spelen binnen ... het regent.
    De kinderen spelen binnen want het regent.
  •  15
  • Laure slaapt uit ... ze moet vandaag niet naar school.
    Laure slaapt uit want ze moet vandaag niet naar school.
  •  15
  • Emma eet geen vlees,... Laure eet wel vlees.
    Emma eet geen vlees,... Laure eet wel vlees.
  •  15
  • Ik fiets naar huis ... ik eet een lekkere lunch.
    Ik fiets naar huis en ik eet een lekkere lunch.
  •  15
  • Ga je te voet ... met de fiets naar school?
    Ga je te voet of met de fiets naar school?
  •  15
  • Op vrijdag eet ik een broodje ... een pizza.
    Op vrijdag eet ik een broodje of een pizza. Op vrijdag eet ik een broodje en een pizza.
  •  15
  • Ik speel voetbal ... mijn zus speelt basketbal.
    Ik speel voetbal ... mijn zus speelt basketbal.
  •  15
  • Ga jij zaterdag ... zondag naar het park?
    Ga jij zaterdag of zondag naar het park?
  •  15
  • Ik heb 10/10 gehaald voor mijn toets ... ik heb goed gestudeerd.
    Ik heb 10/10 gehaald voor mijn toets want ik heb goed gestudeerd.
  •  15
  • De leerlingen zijn blij ... de vakantie begint.
    De leerlingen zijn blij want de vakantie begint.
  •  15