en/of/maar/want
Help
Ik wil een hond ... een kat.
Ik wil een hond of een kat. Ik wil een hond en een kat.
Mijn zus wil op vakantie naar Frankrijk, .... ik wil naar Italiƫ.
Mijn zus wil op vakantie naar Frankrijk, maar ik wil naar Italiƫ.
Ik blijf vandaag thuis ... ik ben ziek.
Ik blijf vandaag thuis want ik ben ziek.
Unlock this slideshow and over 4 million more with Baamboozle+
Try slideshows
Your experience on this site will be improved by allowing cookies.
Allow cookies