Game Preview

VTT sterke werkwoorden groep 1

  •  Dutch    13     Public
    VTT
  •   Study   Slideshow
  • Ik (blazen)
    ik heb geblazen
  •  15
  • jij (braden)
    jij hebt gebraden
  •  15
  • hij (dragen)
    hij heeft gedragen
  •  15
  • zij (geven)
    zij heeft gegeven
  •  15
  • wij (houden)
    wij hebben gehouden
  •  15
  • jullie (hangen)
    jullie hebben gehangen
  •  15
  • zij (mv, laden)
    zij hebben geladen
  •  15
  • ik (lopen)
    ik heb gelopen
  •  15
  • jij (lachen)
    jij hebt gelachen
  •  15
  • hij (raden)
    hij heeft geraden
  •  15
  • zij (roepen)
    zij heeft geroepen
  •  15
  • wij (slapen)
    wij hebben geslapen
  •  15
  • jullie (varen)
    jullie hebben gevaren
  •  15