Game Preview

het onderwerp en de persoonsvorm

  •  Dutch    17     Public
    het onderwerp en de persoonsvorm
  •   Study   Slideshow
  • Ik maak een taart.
    onderwerp: Ik           persoonsvorm: maak
  •  15
  • Emma leest een boek.
    onderwerp: Emma persoonsvorm: leest
  •  15
  • De kat ligt op de vloer.
    onderwerp: de kat  persoonsvorm: ligt
  •  15
  • Karim danst op het feest.
    onderwerp: Karim persoonsvorm: danst
  •  15
  • Yusuf eet een appel.
    onderwerp: Yusuf persoonsvorm: eet
  •  15
  • De piano staat in de klas.
    onderwerp: de piano persoonsvorm: staat
  •  15
  • De bloem groeit in de tuin.
    onderwerp: de bloem persoonsvorm: groeit
  •  15
  • Yusuf is moe.
    onderwerp: Yusuf persoonsvorm: is
  •  15
  • Ik heb honger.
    onderwerp: ik          persoonsvorm: heb
  •  15
  • De kinderen spelen in de tuin.
    onderwerp: de kinderen persoonsvorm: spelen
  •  15
  • De leraar zit in de klas.
    onderwerp: de leraar persoonsvorm: zit
  •  15
  • Laure drinkt thee.
    onderwerp: Laure persoonsvorm: drinkt
  •  15
  • Hij komt met de fiets naar school.
    onderwerp: hij     persoonsvorm: komt
  •  15
  • Aïsha loopt op het plein.
    onderwerp: Aïsha persoonsvorm: loopt
  •  15
  • Zij opent de deur.
    onderwerp: zij      persoonsvorm: opent
  •  15
  • Wij gaan naar school.
    onderwerp: wij            persoonsvorm: gaan
  •  15