Edit Game
Kan je komen? RIT5 Brio 1
 Delete

Use commas to add multiple tags

 Private  Unlisted  Public



 Save

Delimiter between question and answer:

Tips:

  • No column headers.
  • Each line maps to a question.
  • If the delimiter is used in a question, the question should be surrounded by double quotes: "My, question","My, answer"
  • The first answer in the multiple choice question must be the correct answer.






 Save   24  Close
Volgende week dinsdag hebben we Nederlands --> volgende week dinsdag
mardi de la semaine prochaine
Wanneer organiseert ze haar verjaardagsfeest?
Quand organise-t-elle sa fête d'anniv?
Volgende maand is het januari--> de volgende maand
le mois prochain
We kunnen niet naar het familiefeest gaan!
On ne peut pas aller à la fête de famille!
Ze is dertien overmorgen : ga je naar haar verjaardagsfeest?--> het verjaardagsfeest
la fête d'anniv
Neem je morgen deel aan de talentenjacht?
Tu participes à la chasse au talents demain?
Ze kan heel goed zingen : ze neemt deel aan een talentenjacht --> talentenjacht
chasse au talent, télécrochet
Overmorgen kan ik niet naar de training!
Je ne peux pas aller à l'entraînement après-demain
De wedstrijd is niet vandaag, niet morgen maar overmorgen --> overmorgen
après-demain
Het voetbaltoernooi heeft altijd veel succes!
Le tournoi de foot a toujour beaucoup de succès
Elke klas neemt deel aan een toernooi! --> het toernooi
le tournoi
De leerlingen willen een klassenfeest organiseren
Les élèves veulent organiser une fête de classe
Dat is een rustige buurt en ze organiseren altijd buurtfeesten --> het buurtfeest
la fête de quartier
Wanneer spelen we de volgende wedstrijd?
Quand jouons-nous le prochain match?
We hebben vanavond een tenniswedstrijd --> tenniswedstrijd
match de tennis
Hij verkleedt zich als harry potter, hij gaat naar een verkleedpartij! -->verkleedpartij
fête costumée
Ik kan niet naar de verkleedpartij gaan
Je ne peux pas aller à la fête déguisée
Is er een sportdag dit jaar?
Y a-t-il une journée sportive cette année?
De leraar L.O. organiseert een sportdag --> sportdag
journée sportive
Kom je bij mij logeren? Ik nodig je uit --> uitnodigen
inviter
Kom je naar de fuif?
Viens-tu à la fête?
Ik organiseer een fuif--> fuif
fête
Volgende week gaan we op uitstap.
La semaine prochaine, nous allons en excursion
Ik ga op uitstap naar het Zwin --> uitstap?
excursion