Game Preview

4TQ Hoofdstuk 2 : Woordenschat

  •  Dutch    54     Public
    Woordenschat
  •   Study   Slideshow
  • Belgique
    België
  •  15
  • Quelques jours
    Een paar dagen
  •  20
  • Aller en vacances
    Met vakantie gaan
  •  5
  • Nous avons une semaine de congé en novembre
    We hebben een vrije week in november
  •  15
  • Partir
    Vertrekken
  •  5
  • J'aimerais partir en juin
    Ik zou graag in juni vertrekken
  •  25
  • Pourquoi n'irions-nous pas à Londres ?
    Waarom zouden we niet naar Londen gaan ?
  •  25
  • C'est trop cher
    Dat is te duur
  •  10
  • Visiter
    Bezoeken
  •  5
  • Où logerons-nous ?
    Waar zullen we logeren ?
  •  20
  • Séjourner dans une auberge de jeunesse
    In een jeugdherberg verblijven
  •  15
  • Jouer sur la plage
    Op het strand spelen
  •  15
  • Découvrir une ville
    Een stad ontdekken
  •  10
  • Sortir
    Uitgaan
  •  5
  • Je sors avec mes amis
    Ik ga met mijn vrienden uit
  •  25
  • Faire une balade en vélo
    Een fietstocht maken
  •  10