Game Preview

voegwoorden want, maar, dus, omdat

  •  Dutch    15     Public
    voegwoorden
  •   Study   Slideshow
  • Ik ga vandaag niet naar school, ___ ik ben ziek.
    want
  •  15
  • Het regent veel, ___ ik neem een paraplu mee.
    dus
  •  15
  • We blijven binnen, ___ het buiten koud is.
    omdat
  •  15
  • Hij wil voetballen, ___ hij heeft geen tijd.
    maar
  •  15
  • Zij leert goed voor de toets, ___ zij wil een goed cijfer.
    want
  •  15
  • De bus komt te laat, ___ ik ben te laat op school.
    dus
  •  15
  • Ik drink geen koffie, ___ ik drink wel thee.
    maar
  •  15
  • Fatima is moe, ___ zij is laat naar bed gegaan.
    want
  •  15
  • Fatima is moe, ___ zij laat naar bed is gegaan.
    omdat
  •  15
  • We hebben pauze, ___ we gaan even naar buiten.
    dus
  •  15
  • De opdracht is moeilijk, ___ de leraar helpt ons.
    dus
  •  15
  • Hij gaat naar huis, ___ hij hoofdpijn heeft.
    omdat
  •  15
  • We stoppen met werken, ___ het is al laat.
    want
  •  15
  • Sara wil meedoen, ___ ze durft het niet te zeggen.
    maar
  •  15
  • Ik lust geen vis, ___ ik eet wel kip.
    maar
  •  15