Game Preview

hij/zij/wij/jullie

  •  Dutch    19     Public
    verwijswoorden
  •   Study   Slideshow
  • Stefan en ik spelen voetbal.
    Wij
  •  15
  • Ahmed fietst naar school.
    Hij
  •  15
  • Luliya gaat naar huis.
    Zij
  •  15
  • Amira en Samira lopen naar de winkel.
    Zij
  •  15
  • Mohammed en jij moeten stil zijn.
    Jullie
  •  15
  • Musa is een jongen.
    Hij
  •  15
  • Marhawit en ik gaan boodschappen doen.
    Wij
  •  15
  • Ali fietst snel.
    Hij
  •  15
  • Amelia gaat naar de dokter.
    Zij
  •  15
  • Youssef en Mohamedin fietsen naar huis.
    Zij
  •  15
  • Fardoussa en Hawo werken op school.
    Zij
  •  15
  • Meneer Koen schrijft op het bord.
    Hij
  •  15
  • Ahmed en Mohammed spelen voetbal.
    Zij
  •  15
  • Juf Suzan is aardig.
    Zij
  •  15
  • Arsema en Hulya zijn aardig.
    Zij
  •  15
  • Ali en Ali zijn vrienden
    Zij
  •  15