Game Preview

adjectief e / geen e

  •  Dutch    17     Public
    adjectief
  •   Study   Slideshow
  • Dit is een ___________ huis. (groot)
    groot
  •  15
  • Ik heb een ___________ appel gegeten. (lekker)
    lekkere
  •  15
  • De ___________ kinderen spelen in de tuin. (blij)
    blije
  •  15
  • Het ___________ boek ligt op de tafel. (interessant)
    interessante
  •  15
  • Zij draagt een ___________ jurk naar het feest. (mooi)
    mooie
  •  15
  • De ___________ kat is schoon. (zwart)
    zwarte
  •  15
  • Het ___________ meisje speelt buiten. (jong)
    jonge
  •  15
  • De ___________ mannen werken hard. (sterk)
    sterke
  •  15
  • Ik heb een ___________ vriend. (nieuw)
    nieuwe
  •  15
  • Een ___________(nieuw) huis is __________. (duur)
    nieuw - duur
  •  20
  • Ik heb een ___________ stoel gekocht. (bruin)
    bruine
  •  15
  • Dit is een ___________ probleem. (moeilijk)
    moeilijk
  •  15
  • Hij heeft een ___________ auto. (duur)
    dure
  •  15
  • Dit is een ___________ winkel. (leuk)
    leuke
  •  15
  • De auto rijdt ___________. (snel)
    snel
  •  15
  • Ze kan ___________ zingen (mooi)
    mooi
  •  15