Game Preview

hebben en zijn OTT

  •  Dutch    16     Public
    onvoltooid tegenwoordige tijd hebben en zijn
  •   Study   Slideshow
  • (ik) hebben
    ik heb
  •  15
  • (jij) hebben
    jij hebt
  •  15
  • (hij) hebben
    hij heeft
  •  15
  • (wij) hebben
    wij hebben
  •  15
  • (jullie) hebben
    jullie hebben
  •  15
  • (zij, mv) hebben
    zij hebben
  •  15
  • (ik) zijn
    ik ben
  •  15
  • (jij) zijn
    jij bent
  •  15
  • (hij) zijn
    hij is
  •  15
  • (jullie) zijn
    jullie zijn
  •  15
  • (zij, mv) zijn
    zij zijn
  •  15
  • (wij) zijn
    wij zijn
  •  15
  • Ik ..... een meisje
  •  15
  • Ik .... een hond
  •  15
  • Ze ... 15 jaar oud.
  •  15
  • Wij ... nieuwe kleren gekocht.
  •  15